Van een kleine stadswoning, rijksmonument, in Leiden verkeerden de eiken kruiskozijnen in buitengewoon slechte staat. De verbindingen waren flink aangetast. Echter door alle vervormingen (krom getrokken stijlen en dorpels) hadden zij een bijzonder mooie uitstraling.
Er ontstond een discussie tussen opdrachtgever, architect en aannemer over de beste oplossing voor restauratie. Een totale vervanging zou technisch gezien het beste zijn, echter uit esthetisch en historisch oogpunt kun je hier vraagtekens bij zetten.
Uiteindelijk is gekozen voor zoveel mogelijk behoud van de kozijnen. Deze zijn uit de gevel gehaald en naar de werkplaats getransporteerd, waar ze volledig gedemonteerd zijn.
Ieder onderdeel is separaat gerestaureerd, waarna de kozijnen weer opgebouwd konden worden. Hoewel de blanke lak aan de binnenzijde zoveel mogelijk is bijgekleurd, is toch de reparatie zichtbaar gebleven. Resultaat is wel dat de kozijnen daardoor hun patin en monumentale uitstraling behouden hebben.
Desondanks bleken de kosten van deze intensieve restauratie lager uit te vallen dan een gehele vernieuwing.