Vorige week donderdag werd het Nederlands Fotomuseum officieel heropend in het schitterend gerestaureerde Pakhuis Santos in Rotterdam. Onder de genodigden bevond zich Durk Burgy, die twee jaar geleden zijn werkzaamheden aan Santos afrondde en benieuwd was hoe het gebouw er nu uit zou zien als museum voor fotografie.
Het resultaat stelde niet teleur. De bijzondere basis van het oorspronkelijke ontwerp is volledig behouden gebleven en het industriële karakter van het pand is duidelijk zichtbaar in de stoere betonnen en stalen constructies. Het voorheen gesloten en donkere pakhuis is opengezaagd rond een enorme vide in het hart van het gebouw. Hierin bevindt zich een trappenhuis dat per verdieping licht verspringt, wat het geheel een speelse dynamiek geeft. Vanaf de begane grond kunnen bezoekers acht verdiepingen omhoog kijken tot aan het glazen dak, waar het daglicht naar binnen valt. Bovenop dit dak prijkt de kroon van het gebouw: een glanzend gouden schil van gevouwen en geperforeerd aluminium.
Bij binnenkomst zag Durk zichzelf terug in een introductiefilm over de restauratie van het pand. Op de begane grond zijn nu een café, museumwinkel en bibliotheek gerealiseerd. Op de verdiepingen daarboven bevinden zich onder meer een eregalerij van de Nederlandse fotografie, diverse expositiezalen, geklimatiseerde archiefruimtes en een restauratie-atelier met glazen wanden. “Dat is echt heel goed bedacht,” zegt Durk. “Als bezoeker kun je een blik werpen in het depot en meekijken met het werk van de restauratoren. Daar voel ik veel affiniteit mee, omdat wij zelf ook ambachtslieden zijn.”
Echte blikvangers zijn de grote fotowanden achter glas die over twee verdiepingen rondom het trappenhuis zijn aangebracht. “Je kijkt je ogen uit,” zegt Durk. Ook de andere genodigden waren zichtbaar onder de indruk en overal klonken enthousiaste reacties.
Helemaal bovenin het gebouw bevinden zich de kantoren en een groot restaurant. Daar springt meteen een opvallende, vrijdragende en geknikte trap in het oog. Die vormt de verbinding met zestien short-stayappartementen. Het was een zeer ingewikkelde trap om te realiseren, zowel constructief als uitvoeringstechnisch. De trap zweeft maar liefst 25 meter boven het atrium.
“Pakhuis Santos is een plek geworden waar je graag regelmatig naar terugkeert,” besluit Durk. “Om lichtschade te voorkomen, kunnen foto’s maar beperkt worden geëxposeerd. Dat betekent dat er steeds nieuw werk te zien zal zijn. Ik verheug me er nu al op.”
Wil je meer weten over ons werk aan Pakhuis Santos? Klik dan hier.
foto’s: website Nederlands Fotomuseum